Ieder tijdvak heeft zijn eigenaardigheden. Voorbeeld: in de tijd van Rubens waren volumineuze vrouwen graag gezien en dus geschilderd. In de jaren zestig van de vorige eeuw was mager de mode. The Shrimp was de bijnaam van Jean Shrimpton een broodmager anorexia typetje. Slank is de mode, maar dit ging te ver.

Jean Shrimpton.
In onze tijd vind je ook voorbeelden van hoe en wat aantrekkelijk wordt gevonden. Wat jaren terug was jeugdigheid in de picture. Hoe jeugdiger en strakker je er uit zag hoe aantrekkelijker men dit vond. De fitnessclubs stroomden vol met enthousiastelingen op zoek naar sixpacks en slanke stevige dijen en billen. Dit manifesteerde zich ook in het gebruik van voornamen. Voorbeeld: Wim straalde jeugd uit, iets jongensachtig. Nu heet Wim, Willem en dat straalt weer stevige stoerheid uit. Rijpheid misschien. Dat lijkt vandaag de dag weer aantrekkelijk gevonden te worden.
Zo zijn er meerdere voorbeelden van hoe de trend is binnen een tijdvak en hoe tijdelijk zo’n trend ook is. Alles blijkt tijdelijk, dus hoe belangrijk is dit alles en hoe belangrijk zijn wij gedurende de tijd. Maak je niet dik, dun is de mode lijkt een uitspraak uit het verleden die zo gek nog niet is.
Rik Bronkhorst.