Weer op de been.

Hoe bestaat het, hartaanval, erg moe en zwak en nu weer op de been.

Dottercardioloog gaf aan dat mijn kransslagaderen ‘ouwe meuk’ is en dat dotteren geen optie is i.v.m. scheuren van de aderen. De hartchirurg gaf aan dat bypasses niet tot de mogelijkheden behoren omdat die aderen slecht zijn over grote lengte en mijn beschadigd hart te zwak is om stil te leggen en zo’n zware operatie te ondergaan en weer aan de praat te krijgen moeilijk is. Wat blijft zijn medicijnen. Veel bloedverdunners en vochtafdrijvers. Ik slik 32 pillen per dag inclusief 6 supplementen. Hoelang houden mijn nieren dat vol? Ter preventie drink ik vitamine C bruistabletten van Bayer omdat eerder gebleken is dat mijn nieren het daarop goed doen. Afwachten nu en regelmatig bloedcontrole laten doen. Lopen kost mij veel moeite, nog geen honderd meter achter de rollator en als ik maar even te snel loop (stelt niets voor) staat mijn borst in brand en ben ik kortademig. In erge mate voel ik mij duizelig worden of ik zo weg val. Eng. Maar onvoorstelbaar hoe ik telkens in mijn leven aan de rand van mijn lichamelijk en geestelijk leven heb gestaan en weer opkrabbel. Het boek is wederom niet gesloten. Ik ben er nog en fiets weer op de e-bike. Gelukkig, want daar schuilt mijn vrijheid.

Rik Bronkhorst.

Goede mensen.

Zouden er nog goede mensen bestaan?

En hoe zien die er dan uit?

En hoe gedragen die zich?

Ik ken vele goede mensen, althans in mijn ogen. Van diverse pluimage. Ik reken hen tot mijn dierbaarste vrienden. Maar wat is de definitie van goede mensen? Voor mij is dat als je mededogen, vriendelijkheid, geweldloosheid, delen van oprechte aandacht zonder leugenachtigheid hebt als vanzelf in contacten met anderen. Misschien vult u dit aan met wat u belangrijk vindt of streept u eerst wat weg. Zie maar. Maar denk er eens over na hoe dat bij u zit. Fijne dag toegewenst en zorg dat je jezelf zonder schaamte oprecht in de spiegel kunt aankijken iedere dag weer.

Rik Bronkhorst.

Hartaanval als waarschuwing.

Vrijdag kreeg ik een mailtje binnen over grafrechten gestuurd door een gewaardeerde neef van mij. Het was mij niet helemaal duidelijk om welk graf en rechten dit mailtje ging.

Zelf ben ik vandaag/vanmiddag terug gekomen van een driedaags bezoek aan de hartbewaking in het Meanderziekenhuis.

Vrijdagochtend kreeg ik een hartaanval om acht uur ’s morgens.

Ik werd er wakker mee.

Medisch gezien kon ik weer naar huis.

Zelf ben ik er niet gerust op, mede omdat de cardiologen aangaven dat dit een waarschuwingshartinfarct was.

Mijn ademhaling is niet goed.

Uitgebreid onderzoek gehad, wat volgt is een PETscan om het hart en de zuurstof toevoer nader te bekijken.

Nu ben ik weer thuis, gelukkig dat ik dit overleefd heb.

Het boek is nog niet gesloten.

Rik Bronkhorst.

Terug van de schietvereniging.

Martin was een tengere man van in de veertig, alleenstaand, met pientere oogjes die vanwege zijn Joodse roots niet veel vertrouwen in de medemens had. Hij had iets onrustigs over zich, of ze hem altijd achter de vodden zaten. Schichtig zelfs. Hij kwam zo nu en dan even de oude kroeg op de hoek van de winkelstraat en het marktplein binnen, dronk nooit teveel en bleef ook niet lang hangen. Hij zocht mij altijd op, net of hij zich bij mij wel veilig voelde. Ik voelde zijn onrust en waakzaamheid altijd. Maar ook ging er een zeker gevaar van hem uit. Hoe tenger Martin ook was, er viel niet met hem te sollen. Toch vond ik hem aardig. Hij sprak vrijuit over zijn hobby’s, pistoolschieten en dieren met name vogels en honden. Martin was geen mensenmens maar een echte dierenvriend die later een vogelopvang aan de rand van de Veluwezoom heeft opgericht. Daar was hij op zijn plaats.

Op een avond kwam Martin net terug van de schietvereniging. Hij legde zijn handvuurwapen voor zich op de bar, terwijl hij naast mij plaatsnam. We kregen zo doende een gesprek over schieten, scherpschutters et cetera. ‘Ik ben een precisieschutter,’ zei hij en richtte zijn pistool op de gloeilampjes van de kroonluchter in de zaak. Met een oog dicht richtte hij en schoot. Kaarslampje kapot en een tweede ging kapot. Martin had mij overtuigd, hij was een kampioen scherpschieten uit de vuist. Tevens had hij zijn punt gemaakt dat er met hem echt niet te sollen viel. Hij dronk zijn glas leeg en zei ten afscheid:’ Als je het leuk vindt zou ik het op prijs stellen als je een keertje bij mij een kopje thee komt drinken, dan kun je mijn honden zien.’ We spraken af dat later in de week op een middag te doen.

Zo gezegd zo gedaan, ik fietste op een zonnige namiddag door de wijk Jeruzalem en Jericho van de oude provinciestad op zoek naar zijn adres. Nu ben ik geen hondenliefhebber, eerder wat bangelijk, dus ik was al blij dat er geen hond begon te blaffen. In de woonkamer aangekomen zag ik tot mijn opluchting dat die leeg was, geen hond te bekennen. ‘Leuk dat je er bent, wil je een kopje thee?’ vroeg Martin. Ik knikte, graag. Het duurde even en ik keek de eenvoudige woonkamer door. Martin zette een ouderwets kopje met PickWick thee voor mij op de kloostertafel. ‘ Koekje?’ vroeg hij allervriendelijks. Ik kreeg een Jan Hagel op het schoteltje bij mijn thee. We spraken wat over koetjes en kalfjes totdat Martin plotseling zei: ‘ Nou moet je niet meer bewegen, zelfs je lepeltje niet pakken om de suiker door je thee te roeren.’ Hij liep naar de keukendeur en daar stormde een Riesenschnautzer vrouwtje de woonkamer binnen recht op mij af.

Martin gaf een commando en de hond ging schuin voor mij liggen, kop alert omhoog geheven. ‘Niet bewegen,’ zei Martin nog een keer en ten overvloede want ik bevroor. ‘Ze heeft een nest jongen, dus ze is erg scherp,’ voegde hij daar nog aan toe. Dat had hij mij geen tweede keer hoeven zeggen, als een standbeeld zat ik daar en durfde niets te zeggen. Zo heeft hij mij daar een half uur laten zitten. Zwijgend zaten wij daar met ons drieën, totdat ik voorzichtig, zacht hem vroeg de hond weer naar de keuken te doen verdwijnen. Beste lezer, u zult begrijpen dat ik daarna vrij snel het huis verlaten heb en ook nooit meer teruggekeerd ben.

Rik Bronkhorst.

Openhartig.

De nieuwe column van Peter Middendorp in de Volkskrant:

Op mijn 17de werd ik voor de tweede keer van school gestuurd en belandde ik op straat, uitgekotst, afgewezen. Alle deuren gingen dicht.

Ergens in die tijd zag ik voor het eerst een Volkskrant; schoolverlaters konden toen nog lezen. De voorpagina was dichtbedrukt met belangrijke artikelen, maar helemaal onderaan stond nog een klein, kort stukje, dat ik wel begreep, dat wel leuk was. Het enige bovendien dat met naam was ondertekend.

Dat ging ik doen, besloot ik. Stukjes voor de voorpagina schrijven. Ik ging al die schoften van leraren en opvoeders, die mij niet meer wilden zien, iedere ochtend bij het ontbijt mijn naam onder de neus wrijven. Vetgedrukt. Eet smakelijk.

Intussen is veel tijd verstreken. Misschien te veel: 37 jaar. Maar mochten er toch nog een paar in leven zijn, helder genoeg om te kunnen lezen én mij niet allang zijn vergeten: hier ben ik. Hier heb je mij. Je hebt het helemaal aan jezelf te danken.

Met genoegen deze openhartige column gelezen. Ik werd op mijn 16e van school getrapt en stond er op mijn 17e alleen voor. Ook ik schreef en schrijf columns. Nee, niet voor een landelijke krant, maar toch ben ook ik goed terecht gekomen ondanks het feit dat niemand zich in die jeugdjaren afvroeg ‘ wat is er toch met die jongen?’ Ouders in hun onvermogen niet, huisarts niet, leraren niet. Als er toen ingegrepen was had dat mij vele moeilijkheden in mijn latere leven bespaard. Toch zit ook daar een goede kant aan: ik heb mezelf opgevoed en mijn talenten ontwikkeld. God besloot dat mijn levenspad er anders uit moest zien en ik dank Hem voor de wijze lessen, maar het had wel iets minder gekund….

Rik Bronkhorst.