Sinterklaas houdt iedereen bezig.

De voordeurbel ging.

Buurjongen, verlegen hinkelend van de ene voet op de andere, keek mij aan. ‘Heeft u ook oude kranten? Ik ga een surprise maken’ sprak hij enigszins bedeesd. Ik had deze restproducten van de dagelijkse media net in een lege kliko gegooid. ‘Dan moet ik daar even voor op mijn kop gaan staan,’ antwoordde ik. Het kereltje begreep hier natuurlijk niets van. Maar hij knikte, want hij begreep toch dat ik zijn verzoek zou inwilligen.

Hij legde een klein stapeltje ouwe kranten voor mijn voeten op de grond. Ik liet het pak Volkskranten en het wekelijkse stadssuffertje op het stapeltje vallen. Dat leek nu al heel wat. Hij bukte en raapte met een glimlach de gehele stapel op en snelde naar de overkant naar huis. Het moest wel een papier-maché surprise worden. Een flinke ook. Zo heeft Sinterklaas toch heel wat knechtjes die voor hem in de weer zijn.

Wij vieren met een flink gezelschap familieleden van mijn echtgenote en haar ex met zijn vriend bij ons 5 december. Lootjes trekken, cadeautjes van de kringloop, gedichten, warme chocolademelk en lekkers, veel lekkers. Nee, de treinen rijden ook dit jaar niet door de kamer zelfs niet van de kringloop. Misschien dat wij de SintNiklaas conference van Toon Hermans nog even opzetten. In ieder geval kruipt ex achter de piano en wij maar zingen uit volle borst: Hoort wie klopt daar kinderen…

Rik Bronkhorst.

Cloaca.

Laatst fietste ik naar huis toen ik drie kinderen van rond de tien jaar passeerde. Zij zaten op de stoeprand en keken ondeugend. Toen ik langs fietste riep de brutaalste, natuurlijk een jongetje: Meneer, heeft u ook een cloaca?’

Ik reageerde bewust niet, maar moest inwendig wel om hen lachen. Waarschijnlijk hadden ze net op school de anatomie van de vogels geleerd. De rest, een ontluikende interesse voor de menselijke soort en hun seksualiteit, deed de rest.

Rik Bronkhorst.

Wijsheid.

“Mijn filosofie is: wat mensen over mij zeggen, zijn mijn zaken niet. Ik ben wie ik ben en doe wat ik doe. Ik verwacht niets en accepteer alles. En dat maakt het leven makkelijker. We leven in een wereld waar begrafenissen belangrijker zijn dan de overledene, het huwelijk belangrijker is dan de liefde, het uiterlijk belangrijker is dan de ziel. We leven in een verpakkingscultuur die inhoud veracht.”

– Sir Anthony Hopkins

Het kleine in schoonheid vol verwondering.

In het kleine wereldje der insecten zijn bijzondere namen/beestjes te herkennen, maar wie kent deze?

– Bosgeelvlekbladjager

– Brandnetelbladroller

– Bretelwimperzweefvlieg

– Kaneelglasvleugelwants

– Koperkleurige langsprietmot

– Luzernesierblindwants

– Tweetands schildwants

– Veelkleurige hertshooigoudhaan

– Vloeivleklieveheersbeestje

– Zwarte langsprietslakvlieg

Foto: Henny De Bruin.

Lessen om te leren.

Hoe negatieve ervaringen met anderen je op het juiste pad brengen, daar kom je soms na jaren pas achter. Ik kan hier vele voorbeelden van geven, maar dat lijkt mij niet nodig omdat u bij uzelf te rade kunt gaan.

Ook de negatieve uitingen die jijzelf gedaan hebt in een ver of recent verleden zijn belangrijk om van te leren. Proberen een goed mens te zijn met aandacht voor anderen die nog niet zover zijn als u. Zonder jezelf boven hen te stellen.

Rik Bronkhorst.

Tussen de liefde en de leegte.

Tussen de liefde en de leegte huist de dagelijkse werkelijkheid. Niet dat die andere twee niets met de werkelijkheid te maken hebben hoor, maar zij zijn de zeldzame uitzonderingen.

Ben je in de Goddelijke staat van de liefde, dan zit je op de toppen van je gemoed. Bij de leegte zit je in het dal der treurnis, oorverdovende stilte is je lot. Daartussen beweegt zich het dagelijkse gebeuren, soms wat meer in het bewustzijn dan anders. Dat kan ook twee kanten op, meer naar de treurige kant of meer naar de blije gelukkige kant. Voor sommige mensen is dat dagelijks bewegen te saai, zij willen topervaringen. Daar lopen ze dan ook meestal wel op vast. De pillendoos ligt dan alras op de loer en dan ben je verder van huis met al die bijwerkingen die dat geeft.

Gisteren had ik geheel onverwacht een bijzondere ervaring, een topervaring zo u wilt. Wat gebeurde er? Ik was op bezoek bij een dierbare vriendin geweest. Wij namen afscheid bij de lift op vijf hoog. Het was even wachten en wij hoorden gerommel. Iemand gebruikte de lift om spulletjes te verplaatsen. U kent dat wel. Je hoort stemmen en gerommel, geschuif en gedoe en je staat daar maar te wachten tot die liftdeuren opengaan en je in kunt stappen. Ja, daar gingen de liftdeuren open. De lift lag vol kapotgescheurde kartonnen dozen en vooraan in de hoek stond een jonge vrouw van rond de veertig ons met een stralende blik te begroeten. Ik dacht oei ik kan er niet meer bij. Maar zowel mijn oude vriendin als de jonge vrouw gaven aan dat er nog net een plaatsje voor mij vrij was. Ik stapte in, zwaaide nog eenmaal naar mijn vriendin en de deuren sloten zich. Het is maar even van de vijfde etage naar de begane grond. We raakten in gesprek over het weer. U weet hoe dat gaat. Plotseling zei de bijzonder stralende vrouw: Ik heb Jezus ontmoet.’ Ik zei verrast: ‘Ik ook!’ Ze keek mij, voor zover dat kon, nog blijer aan en streelde spontaan mijn rechterarm. We bereikten de begane grond. De liftdeuren gingen open en met dat stralende gezicht strekte zij haar armen naar mij uit. Ze omhelsde mij innig en langdurig tot drie keer toe. Ik voelde de liefde van haar en de klik tussen ons. ‘ Voel je de liefde (van Jezus bedoelde ik),’ vroeg ik haar zacht. Ze knikte bedeesd. We verlieten de centrale hal van het flatgebouw, zij een stralende jonge vrouw van rond de 40 met een stapel kapotgescheurde kartonnen dozen en ik een oude man van 74 met mijn helmpje op enigszins in verwarring op weg naar mijn elektrische fiets. Ik fietste weg en met datzelfde stralende gezicht zwaaide ook zij nog eenmaal naar mij.

Moraal van dit verhaal? Als je op een gewone dag jezelf tussen de liefde en de leegte bevind kan er als uit het niets plotseling zich een topervaring voordoen die je leven even optilt boven het alledaagse.

Rik Bronkhorst.

Je zit in Zen.

De cardioloog belde n.a.v. een echo-onderzoek van het hart:’ Uw hart is achteruit gegaan, de pompfunctie ook.’ Ik had dit al verwacht. Zelfs nadat onze vakantie op de e-bike in heuvelachtig gebied vlekkeloos was verlopen. Het lichaam liegt niet en geeft voldoende signalen af die je dwingen dit serieus te nemen.

‘We kunnen nog een katheterisatie doen, maar ik heb daar weinig vertrouwen in dat het iets oplevert.’ ging hij verder. ‘Ik zie daar vanaf,’ antwoordde ik hem. ‘ Ik zit al 24 jaar in extra tijd na mijn hartinfarct en eens komt er toch een einde aan.’ ‘Ik had al veel eerder verwacht dat u zou komen te overlijden,’ ging de cardioloog verder. ‘ Dat weet ik, maar nu berust ik in het feit dat ik weer achteruit ben gegaan.’ Ik zie namelijk geen mogelijkheden meer om nog iets aan dit hartfalen ten goede te keren. Alle andere keren heb ik namelijk wel via supplementen de kans gezien deze cardioloog voor verrassende verbeteringen van mijn situatie te plaatsen. Hij begreep er soms niets van hoe ik dat nu weer voor elkaar gekregen had, maar de feiten/onderzoeken logen er niet om.

Wat rest is rust. Rustig aan doen, geen grenzen overschrijden die mijn lichaam mij aangeeft. Ja, ik ben nu echt bejaard en dat is wel even wennen. Niet dat ik recentelijk nog flinke exercities uitvoerde, maar toch. Ik heb het er een paar maanden flink lastig mee gehad. Nu is alles weer in evenwicht binnen in mij. ‘Je zit in Zen,’ zegt mijn vrouw, als ik weer stil en rustig bij haar zit. Ook andere mensen, zelfs vreemden op een terras waarmee ik in gesprek ben geraakt reageren soms met:’ Wat straalt u een rust uit.’ Daar hoef ik verder niets voor te doen. Het is zo het is.

Rik Bronkhorst.

Condoom in de trein.

De intercity tussen Enschede en Den Haag, vanochtend om een uur of elf. Mijn vrouw en ik gaan zitten op een plek voor vier personen. Voor ons blijven de stoelen leeg. Wij rijden ergens tussen Amersfoort en Utrecht. Er valt een pen uit mijn tas. Ik buk en wat zie ik onder mijn zitplaats liggen; een opgerold condoom! Nu is dat niet direct een voorwerp wat je ’s morgens vroeg in de intercity van Enschede naar Den Haag verwacht aan te treffen. Een papieren wikkel van een gezonde havermoutreep, of een verfrommeld zakje chips, desnoods een lege bananenschil, maar toch niet een opgerold condoom! Ook niet de verpakking ervan. Nee, een van zijn verpakking ontdaan condoom, ’s morgens in de trein van Enschede naar Den Haag. Het condoom was zeker en vast niet gebruikt. “Keurig” lag het daar onder mijn stoel. In Utrecht gingen mijn vrouw en ik omzitten omdat de trein aldaar met de neus de andere kant opgaat. Ik had al melding gemaakt van mijn verbazingwekkende vondst in de coupé waar wij ons bevonden. Nou niet direct opgestaan en luidt toeterend meegedeeld dat er een opgerold condoom onder mijn stoel lag. Nee, op beheerste toon deelde ik dit gegeven aan mijn echtgenote mee. Natuurlijk geloofde zij mij niet en ook het echtpaar aan de andere kant van het gangpad keek even ietwat bevreemd mijn richting uit. Toch gluurde iedereen even. Het bewijs bleek duurzaam aanwezig en voor gebruik gereed inderdaad onder mijn stoel te liggen. : Is tie gebruikt?” Nee, mevrouw, hij ligt klaar voor gebruik.” Er werd gegniffeld en stilletjes beschaamd gelachen. Mijn liefhebbende echtgenote bloosde en gaf mij de raad “er niet aan te komen.” Nu was ik dat ook zeker niet van plan. Gevuld of tot vullens toe bereid, ik houd niet zo van openbare ruimte vervuilend plastic. Wel vroeg ik mij af of de Somalische treinschoonmaker, die eindelijk mee mag doen in onze samenleving met nuttig werk, enige handmatigheden had willen verrichten gedurende de vroege uurtjes met een behulpzame collega uit Stroe. Waren zij gestoord door de controlerende hoofdconducteur of machinist, die natuurlijk voordat hij of zij aan de slag zou gaan eventjes stilletjes door zijn of haar trein liep of alles wel schoon en naar wens zou zijn voor de stromen passagiers van Enschede naar Den Haag. Misschien wel politici op weg naar het ministerie van Asiel en  Migratie. Je kunt nooit weten, wie er in jouw trein stapt op zo’n dag als vandaag. Hadden de Somalische treinschoonmaker en zijn collega uit Stroe hun interactieve bezigheden schielijk moeten staken? Gooide de Somalische treinschoonmaker ijlings het uit zijn verpakking gehaalde condoom op de grond? Schoof hij het met een snelle voetveeg onder wat later mijn zitplaats zou worden? Maar waar is dan de verpakking gebleven? Niet in de afvalbak onder het tafeltje aan het raam. Daar deponeerde ik later mijn aluminiumfolie waaruit ik mijn boterhammetje met boerenkaas en uitgelopen tuinkerskiemen deponeerde. Niets. Ik heb nog even gekeken. Niets. Had de Somalische treinschoonmaker niet de tijd om dit ongebruikte condoom a) te gebruiken b) weer in de verpakking terug te plaatsen voor een eventuele later op de dag te verrichten taak? Ik zal dit nooit weten. U ook niet. Alleen de Somalische treinschoonmaker ligt er misschien wakker van. Bijna was zijn droom uitgekomen. Hij droomde zwetend in zijn door hitte verschroeide land vroeger vast en zeker van Nederland, van een baan als treinschoonmaker bij de Nederlandse Spoorwegen, alwaar hij in de intercity van Enschede naar Den Haag, ’s morgens bij het verrichten van zijn onderbetaalde taak misschien wel als bonus mocht vrijen met een collega uit Stroe op hemelsblauwe banken. Wat mij nou nog het meest verwonderd is, dat zo’n onderbetaalde Somalische treinschoonmaker zomaar een ongebruikt condoom onder de bank op de vloer schuift, dit terwijl hij toch echt niet over overdadige financiële  overvloed beschikt.

Rik Bronkhorst.

Vlinders en bijen.

De parkeerplaats bij Intratuin stond vol auto’s, bloemen en plantenliefhebbers die na IJsheiligen hun tuintjes willen opvrolijken. Bij Ranzijn en Eurofleur precies hetzelfde beeld, parkeerplaatsen vol met goedbedoelende tuinliefhebbers.

Wat de meeste mensen niet weten is dat in die genoemde tuincentra de planten die bloem dragen worden opgekweekt met gif. Van zaad tot plant, tot bloem: gif. Het zijn niet alleen de boeren en tuinders die rijkelijk met gif hun producten bewerken. Wat dacht u van al die stedelingen in rijtjeshuizen, goedbedoelde liefhebbers van planten, bloemen, vlinders en bijen. Hele dorpen vol bloemplanten waarop insecten, vlinders, bijen hun nectar willen opzuigen. Wat rest is geen bestuiving maar de dood. Bijen, vlinders en andere insecten worden opgeofferd uit economisch belang. Geld voor leven. Geld ten koste van de dood.

En daar hebben we nu net het verschrikkelijke feit benoemd: uit onwetendheid of ongevoeligheid laten wij als consumenten dit toe. Terwijl de overheid allang van dit gegeven op de hoogte is, grijpt zij niet in. Ondertussen zit er ook bij ons in een middelgrote stad in het midden van het land bijna geen insect, vlinder of bij meer in de tuin op de biologisch geteelde planten en bloemen. Ja, wij kopen bij een biologische teler. Maar wij zijn omringt door tuinen vol gifplanten. Daar is geen kruid tegen gewassen.

En toch geven wij niet op. U toch ook niet?

Rik Bronkhorst.