Condoom in de trein.

De intercity tussen Enschede en Den Haag, vanochtend om een uur of elf. Mijn vrouw en ik gaan zitten op een plek voor vier personen. Voor ons blijven de stoelen leeg. Wij rijden ergens tussen Amersfoort en Utrecht. Er valt een pen uit mijn tas. Ik buk en wat zie ik onder mijn zitplaats liggen; een opgerold condoom! Nu is dat niet direct een voorwerp wat je ’s morgens vroeg in de intercity van Enschede naar Den Haag verwacht aan te treffen. Een papieren wikkel van een gezonde havermoutreep, of een verfrommeld zakje chips, desnoods een lege bananenschil, maar toch niet een opgerold condoom! Ook niet de verpakking ervan. Nee, een van zijn verpakking ontdaan condoom, ’s morgens in de trein van Enschede naar Den Haag. Het condoom was zeker en vast niet gebruikt. “Keurig” lag het daar onder mijn stoel. In Utrecht gingen mijn vrouw en ik omzitten omdat de trein aldaar met de neus de andere kant opgaat. Ik had al melding gemaakt van mijn verbazingwekkende vondst in de coupé waar wij ons bevonden. Nou niet direct opgestaan en luidt toeterend meegedeeld dat er een opgerold condoom onder mijn stoel lag. Nee, op beheerste toon deelde ik dit gegeven aan mijn echtgenote mee. Natuurlijk geloofde zij mij niet en ook het echtpaar aan de andere kant van het gangpad keek even ietwat bevreemd mijn richting uit. Toch gluurde iedereen even. Het bewijs bleek duurzaam aanwezig en voor gebruik gereed inderdaad onder mijn stoel te liggen. : Is tie gebruikt?” Nee, mevrouw, hij ligt klaar voor gebruik.” Er werd gegniffeld en stilletjes beschaamd gelachen. Mijn liefhebbende echtgenote bloosde en gaf mij de raad “er niet aan te komen.” Nu was ik dat ook zeker niet van plan. Gevuld of tot vullens toe bereid, ik houd niet zo van openbare ruimte vervuilend plastic. Wel vroeg ik mij af of de Somalische treinschoonmaker, die eindelijk mee mag doen in onze samenleving met nuttig werk, enige handmatigheden had willen verrichten gedurende de vroege uurtjes met een behulpzame collega uit Stroe. Waren zij gestoord door de controlerende hoofdconducteur of machinist, die natuurlijk voordat hij of zij aan de slag zou gaan eventjes stilletjes door zijn of haar trein liep of alles wel schoon en naar wens zou zijn voor de stromen passagiers van Enschede naar Den Haag. Misschien wel politici op weg naar het ministerie van Asiel en  Migratie. Je kunt nooit weten, wie er in jouw trein stapt op zo’n dag als vandaag. Hadden de Somalische treinschoonmaker en zijn collega uit Stroe hun interactieve bezigheden schielijk moeten staken? Gooide de Somalische treinschoonmaker ijlings het uit zijn verpakking gehaalde condoom op de grond? Schoof hij het met een snelle voetveeg onder wat later mijn zitplaats zou worden? Maar waar is dan de verpakking gebleven? Niet in de afvalbak onder het tafeltje aan het raam. Daar deponeerde ik later mijn aluminiumfolie waaruit ik mijn boterhammetje met boerenkaas en uitgelopen tuinkerskiemen deponeerde. Niets. Ik heb nog even gekeken. Niets. Had de Somalische treinschoonmaker niet de tijd om dit ongebruikte condoom a) te gebruiken b) weer in de verpakking terug te plaatsen voor een eventuele later op de dag te verrichten taak? Ik zal dit nooit weten. U ook niet. Alleen de Somalische treinschoonmaker ligt er misschien wakker van. Bijna was zijn droom uitgekomen. Hij droomde zwetend in zijn door hitte verschroeide land vroeger vast en zeker van Nederland, van een baan als treinschoonmaker bij de Nederlandse Spoorwegen, alwaar hij in de intercity van Enschede naar Den Haag, ’s morgens bij het verrichten van zijn onderbetaalde taak misschien wel als bonus mocht vrijen met een collega uit Stroe op hemelsblauwe banken. Wat mij nou nog het meest verwonderd is, dat zo’n onderbetaalde Somalische treinschoonmaker zomaar een ongebruikt condoom onder de bank op de vloer schuift, dit terwijl hij toch echt niet over overdadige financiële  overvloed beschikt.

Rik Bronkhorst.

Vlinders en bijen.

De parkeerplaats bij Intratuin stond vol auto’s, bloemen en plantenliefhebbers die na IJsheiligen hun tuintjes willen opvrolijken. Bij Ranzijn en Eurofleur precies hetzelfde beeld, parkeerplaatsen vol met goedbedoelende tuinliefhebbers.

Wat de meeste mensen niet weten is dat in die genoemde tuincentra de planten die bloem dragen worden opgekweekt met gif. Van zaad tot plant, tot bloem: gif. Het zijn niet alleen de boeren en tuinders die rijkelijk met gif hun producten bewerken. Wat dacht u van al die stedelingen in rijtjeshuizen, goedbedoelde liefhebbers van planten, bloemen, vlinders en bijen. Hele dorpen vol bloemplanten waarop insecten, vlinders, bijen hun nectar willen opzuigen. Wat rest is geen bestuiving maar de dood. Bijen, vlinders en andere insecten worden opgeofferd uit economisch belang. Geld voor leven. Geld ten koste van de dood.

En daar hebben we nu net het verschrikkelijke feit benoemd: uit onwetendheid of ongevoeligheid laten wij als consumenten dit toe. Terwijl de overheid allang van dit gegeven op de hoogte is, grijpt zij niet in. Ondertussen zit er ook bij ons in een middelgrote stad in het midden van het land bijna geen insect, vlinder of bij meer in de tuin op de biologisch geteelde planten en bloemen. Ja, wij kopen bij een biologische teler. Maar wij zijn omringt door tuinen vol gifplanten. Daar is geen kruid tegen gewassen.

En toch geven wij niet op. U toch ook niet?

Rik Bronkhorst.

Parkinson, een vreemde ziekte.

Wat is Parkinson toch een vreemde ziekte. Ik vond een slak in de tuin en gooide die met kracht weg. De beweging echter was niet meer te stoppen en ik sloeg voorover, dubbel met mijn vingers diep in de aarde van de tuin. Toch tel ik mijn zegeningen want meneer Parkinson plaagt me wel, ik lig daarvan niet dubbel van het lachen, maar de voortgang van de ziekte gaat traag. Vaak hoor ik:’ Ik zie niets aan je.’ Dat is fijn en bevestigt dat mijn verzet tegen de achteruitgang door fysiotherapie, sport en massages niet voor niets is.

Rik Bronkhorst.

Boer, burger en bankroet van het milieu als we er niet uitkomen.

Veel boeren storen zich niet aan de natuur. Ze zijn vrije ondernemers die economisch denken. Bijvoeren kost geld, dus maaien ze al vroeg zodra dat kan hun weilanden af. Gevolg er komt geen kievit, geen grutto, geen weidevogel groot. Nesten worden vermalen. De melkprijs is te laag voor de melkveehouders. Boeren krijgen veel subsidies van de landelijke overheid en de EU, ook voor milieuvriendelijk boeren. Maar dat dekt niet alles. Regelgeving is voor veel van die vrije jongens en meisjes een gruwel. Ze voelen zich beknot in hun vrij ondernemerschap. Doordat de RABOBank groei stimuleerde n.a.v. regelgeving van de overheid hebben veel melkveeboeren het aantal dieren en stallen uitgebreid met geld van de Rabobank. Het water staat velen aan de lippen. Onkundige regelgeving gebaseerd op groei zonder te denken aan de schadelijke gevolgen daarvan bracht hen zover. Wat nodig is, is duidelijkheid en regelgeving voor de komende 20/30 jaar met inachtneming van de gevolgen van eerdere foutieve wetten en met een heldere visie voor de toekomst. De Rabobank zou hier direct bij betrokken moeten worden en hand in eigen boezem dienen te steken zodat de betrokken boeren gul worden gecompenseerd bij de restschuld die zij eerder hebben opgebouwd. Voeding en milieu vragen een prijs van iedereen. Overheid, bank, boer en burger/consument zullen gezamenlijk de prijs dienen te betalen om verdere schade aan de natuur te voorkomen. Dat begint met een goede prijs in de supermarkt voor de producten van het platteland.

Rik Bronkhorst.

Hoe de bank haar zakken vult met digitaal betalen.

Ik ga ook weer meer contant betalen. Nooit zo bij nagedacht maar lees hieronder. Dan denk je wauuuuww toch erg!!!!

Wees ook bewust en ga weer meer contant betalen

Waarom we overal met contant geld zouden moeten betalen in plaats van met een bankpas?

– Ik heb een biljet van € 50 in mijn zak en ga ermee naar een restaurant en betaal hier mijn diner mee.

De restauranteigenaar gebruikt deze € 50 om zijn rekening bij de wasserette te betalen.

De wasserette eigenaar rekent hiermee zijn knipbeurt af bij zijn kapper.

De kapper gebruikt deze € 50 om af te rekenen in de supermarkt.

Na een onbeperkt aantal betalingen blijft de waarde van mijn € 50 biljet nog steeds hetzelfde, wat betekent dat het zijn doel heeft vervuld voor iedereen die het als betaalmiddel heeft gebruikt en de bank heeft geen werk of bemoeienis bij elk uitgevoerde contante betalingstransactie.

MAAR WAT

– ALS ik nu naar een restaurant ga en digitaal betaal met mijn bankpas,

– de kosten voor mijn digitale betaling die bij de restauranthouder in rekening worden gebracht inclusief transactiekosten in percentages is gemiddeld 2,5 % wat dan neerkomt op € 1,25 voor elke verdere betalingstransactie.

(Dit betekent dat elke volgende betalingstransactie € 1,25 kost)

– dezelfde kosten worden doorgevoerd als de restauranteigenaar zijn rekening bij de wasserette digitaal betaald,

– de betalingen van de wasserette eigenaar bij de kapper,

– zo ook de volgende betalingen, etc…..

Daarom zal na de eerste 36 transacties van deze € 50 slechts € 5 overblijven en het restant van € 45 is eigendom geworden van de bank … dankzij alle digitale transacties en vergoedingen!

Daarnaast zijn de kosten voor een betaalpas gemiddeld € 2.25 per maand dus na een maand gespaard te hebben is je € 50 nog maar € 47,75 waard.

Weg is weg, je kunt het maar één keer uitgeven.

Kontant is Koning!

De gulp en de schroevendraaier.

Vanochtend stond ik op, poetste mijn tanden, waste me, kleedde mij aan en daar stond ik dan. Ik kreeg met geen mogelijkheid mijn gulp dicht. Het lipje zat vast onderaan de rits tussen mijn kleding. Nu moest ik mij haasten om op de fiets naar de gebedsgroep te gaan. Maar om daar bij die gebedsgroep aan te komen met mijn gulp open, leek mij niet zo’n fris idee. Wijze raad was duur. Door de Parkinson is mijn fijne motoriek aangetast en mijn echtgenote was niet thuis. Ik probeerde wanhopig om dat lipje los te peuteren. Geen resultaat, mijn gulp bleef open staan en ik moest weg. Plotseling kreeg ik een helder idee: de schroevendraaier! Er ligt er altijd eentje bij de hand in het keukenlaatje. En ja hoor, voorover gebogen wipte ik met dit handwerktuig het lipje onderaan mijn rits los.  Ik slaakte een zucht van verlichting.

Herkent u dit lastige probleem ook regelmatig? Houd dan een schroevendraaier bij de hand en u hoeft niet met open gulp de straat op of op bezoek te gaan.

Rik Bronkhorst.

Wat is aantrekkelijk?

Ieder tijdvak heeft zijn eigenaardigheden. Voorbeeld: in de tijd van Rubens waren volumineuze vrouwen graag gezien en dus geschilderd. In de jaren zestig van de vorige eeuw was mager de mode. The Shrimp was de bijnaam van Jean Shrimpton een broodmager anorexia typetje. Slank is de mode, maar dit ging te ver.

Jean Shrimpton.

In onze tijd vind je ook voorbeelden van hoe en wat aantrekkelijk wordt gevonden. Wat jaren terug was jeugdigheid in de picture. Hoe jeugdiger en strakker je er uit zag hoe aantrekkelijker men dit vond. De fitnessclubs stroomden vol met enthousiastelingen op zoek naar sixpacks en slanke stevige dijen en billen. Dit manifesteerde zich ook in het gebruik van voornamen. Voorbeeld: Wim straalde jeugd uit, iets jongensachtig. Nu heet Wim, Willem en dat straalt weer stevige stoerheid uit. Rijpheid misschien. Dat lijkt vandaag de dag weer aantrekkelijk gevonden te worden.

Zo zijn er meerdere voorbeelden van hoe de trend is binnen een tijdvak en hoe tijdelijk zo’n trend ook is. Alles blijkt tijdelijk, dus hoe belangrijk is dit alles en hoe belangrijk zijn wij gedurende de tijd. Maak je niet dik, dun is de mode lijkt een uitspraak uit het verleden die zo gek nog niet is.

Rik Bronkhorst.

Dropjes.

Ik ben gek op dropjes uit de snoepwinkel in de winkelstraat. Wekelijks haalde ik daar een zak gemengde drop plus een zak anijsmuisjes. Vooral de laatste vind ik heerlijk. Nu kwam ik een paar weken terug bij de kassa aan met mijn zakjes drop en wat daar lag! Een stapeltje luxe chocoladeletters voor maar 1 euro per stuk achtergelaten door Sinterklaas.  Ik kocht er gelijk maar twee, een D van Doortje en de T van Trevan, de beide karakterrollen waarmee wij in privé filmpjes familieleden en vrienden amuseerden tijdens de coronacrisis. We hebben ze met smaak opgegeten.

Mijn echtgenote klaagt altijd dat ik teveel snoep. Dat komt omdat de huisarts mij beschuldigd heeft van diabetes. 7.1 en bij controle 7.3 met de nadrukkelijke opdracht ‘neem dat serieus!’ Zelf zegt ze niet te snoepen, maar als er iets met suiker in huis is, dan zie ik haar regelmatig de kast induiken. Ze komt dan terug met malende kaken. Dus dan weet u ook wel hoe laat het is. Maar nu die dropjes. Zij heeft mij verboden nog langer dropjes te eten of te kopen. Nu zat het trommeltje net vol. We zijn beiden tegen verspilling van voedsel. Dus dat argument bracht ik in.

‘Zet hem dan maar op je werkkamer’, zei ze om zichzelf te beschermen tegen overdadig drop eten. Dat deed ik braaf, zoals ik altijd braaf naar haar luister. Echter mijn dropverslaving werd daardoor alleen maar erger. En mijn echtgenote zag ik steeds vaker mijn werkkamertje binnensluipen. Het trommeltje raakte al snel weer halfleeg. Daarom heb ik Duck tape om het trommeltje gedaan. Een flink stuk waarmee ik het trommetje met haar zwarte aanlokkelijke  inhoud verzegelde. En dat heeft geholpen. We zijn van onze dropverslaving af. Nu de rest nog…

Rik Bronkhorst.