Parkinson, een vreemde ziekte.

Wat is Parkinson toch een vreemde ziekte. Ik vond een slak in de tuin en gooide die met kracht weg. De beweging echter was niet meer te stoppen en ik sloeg voorover, dubbel met mijn vingers diep in de aarde van de tuin. Toch tel ik mijn zegeningen want meneer Parkinson plaagt me wel, ik lig daarvan niet dubbel van het lachen, maar de voortgang van de ziekte gaat traag. Vaak hoor ik:’ Ik zie niets aan je.’ Dat is fijn en bevestigt dat mijn verzet tegen de achteruitgang door fysiotherapie, sport en massages niet voor niets is.

Rik Bronkhorst.

Boer, burger en bankroet van het milieu als we er niet uitkomen.

Veel boeren storen zich niet aan de natuur. Ze zijn vrije ondernemers die economisch denken. Bijvoeren kost geld, dus maaien ze al vroeg zodra dat kan hun weilanden af. Gevolg er komt geen kievit, geen grutto, geen weidevogel groot. Nesten worden vermalen. De melkprijs is te laag voor de melkveehouders. Boeren krijgen veel subsidies van de landelijke overheid en de EU, ook voor milieuvriendelijk boeren. Maar dat dekt niet alles. Regelgeving is voor veel van die vrije jongens en meisjes een gruwel. Ze voelen zich beknot in hun vrij ondernemerschap. Doordat de RABOBank groei stimuleerde n.a.v. regelgeving van de overheid hebben veel melkveeboeren het aantal dieren en stallen uitgebreid met geld van de Rabobank. Het water staat velen aan de lippen. Onkundige regelgeving gebaseerd op groei zonder te denken aan de schadelijke gevolgen daarvan bracht hen zover. Wat nodig is, is duidelijkheid en regelgeving voor de komende 20/30 jaar met inachtneming van de gevolgen van eerdere foutieve wetten en met een heldere visie voor de toekomst. De Rabobank zou hier direct bij betrokken moeten worden en hand in eigen boezem dienen te steken zodat de betrokken boeren gul worden gecompenseerd bij de restschuld die zij eerder hebben opgebouwd. Voeding en milieu vragen een prijs van iedereen. Overheid, bank, boer en burger/consument zullen gezamenlijk de prijs dienen te betalen om verdere schade aan de natuur te voorkomen. Dat begint met een goede prijs in de supermarkt voor de producten van het platteland.

Rik Bronkhorst.

Hoe de bank haar zakken vult met digitaal betalen.

Ik ga ook weer meer contant betalen. Nooit zo bij nagedacht maar lees hieronder. Dan denk je wauuuuww toch erg!!!!

Wees ook bewust en ga weer meer contant betalen

Waarom we overal met contant geld zouden moeten betalen in plaats van met een bankpas?

– Ik heb een biljet van € 50 in mijn zak en ga ermee naar een restaurant en betaal hier mijn diner mee.

De restauranteigenaar gebruikt deze € 50 om zijn rekening bij de wasserette te betalen.

De wasserette eigenaar rekent hiermee zijn knipbeurt af bij zijn kapper.

De kapper gebruikt deze € 50 om af te rekenen in de supermarkt.

Na een onbeperkt aantal betalingen blijft de waarde van mijn € 50 biljet nog steeds hetzelfde, wat betekent dat het zijn doel heeft vervuld voor iedereen die het als betaalmiddel heeft gebruikt en de bank heeft geen werk of bemoeienis bij elk uitgevoerde contante betalingstransactie.

MAAR WAT

– ALS ik nu naar een restaurant ga en digitaal betaal met mijn bankpas,

– de kosten voor mijn digitale betaling die bij de restauranthouder in rekening worden gebracht inclusief transactiekosten in percentages is gemiddeld 2,5 % wat dan neerkomt op € 1,25 voor elke verdere betalingstransactie.

(Dit betekent dat elke volgende betalingstransactie € 1,25 kost)

– dezelfde kosten worden doorgevoerd als de restauranteigenaar zijn rekening bij de wasserette digitaal betaald,

– de betalingen van de wasserette eigenaar bij de kapper,

– zo ook de volgende betalingen, etc…..

Daarom zal na de eerste 36 transacties van deze € 50 slechts € 5 overblijven en het restant van € 45 is eigendom geworden van de bank … dankzij alle digitale transacties en vergoedingen!

Daarnaast zijn de kosten voor een betaalpas gemiddeld € 2.25 per maand dus na een maand gespaard te hebben is je € 50 nog maar € 47,75 waard.

Weg is weg, je kunt het maar één keer uitgeven.

Kontant is Koning!

De gulp en de schroevendraaier.

Vanochtend stond ik op, poetste mijn tanden, waste me, kleedde mij aan en daar stond ik dan. Ik kreeg met geen mogelijkheid mijn gulp dicht. Het lipje zat vast onderaan de rits tussen mijn kleding. Nu moest ik mij haasten om op de fiets naar de gebedsgroep te gaan. Maar om daar bij die gebedsgroep aan te komen met mijn gulp open, leek mij niet zo’n fris idee. Wijze raad was duur. Door de Parkinson is mijn fijne motoriek aangetast en mijn echtgenote was niet thuis. Ik probeerde wanhopig om dat lipje los te peuteren. Geen resultaat, mijn gulp bleef open staan en ik moest weg. Plotseling kreeg ik een helder idee: de schroevendraaier! Er ligt er altijd eentje bij de hand in het keukenlaatje. En ja hoor, voorover gebogen wipte ik met dit handwerktuig het lipje onderaan mijn rits los.  Ik slaakte een zucht van verlichting.

Herkent u dit lastige probleem ook regelmatig? Houd dan een schroevendraaier bij de hand en u hoeft niet met open gulp de straat op of op bezoek te gaan.

Rik Bronkhorst.

Wat is aantrekkelijk?

Ieder tijdvak heeft zijn eigenaardigheden. Voorbeeld: in de tijd van Rubens waren volumineuze vrouwen graag gezien en dus geschilderd. In de jaren zestig van de vorige eeuw was mager de mode. The Shrimp was de bijnaam van Jean Shrimpton een broodmager anorexia typetje. Slank is de mode, maar dit ging te ver.

Jean Shrimpton.

In onze tijd vind je ook voorbeelden van hoe en wat aantrekkelijk wordt gevonden. Wat jaren terug was jeugdigheid in de picture. Hoe jeugdiger en strakker je er uit zag hoe aantrekkelijker men dit vond. De fitnessclubs stroomden vol met enthousiastelingen op zoek naar sixpacks en slanke stevige dijen en billen. Dit manifesteerde zich ook in het gebruik van voornamen. Voorbeeld: Wim straalde jeugd uit, iets jongensachtig. Nu heet Wim, Willem en dat straalt weer stevige stoerheid uit. Rijpheid misschien. Dat lijkt vandaag de dag weer aantrekkelijk gevonden te worden.

Zo zijn er meerdere voorbeelden van hoe de trend is binnen een tijdvak en hoe tijdelijk zo’n trend ook is. Alles blijkt tijdelijk, dus hoe belangrijk is dit alles en hoe belangrijk zijn wij gedurende de tijd. Maak je niet dik, dun is de mode lijkt een uitspraak uit het verleden die zo gek nog niet is.

Rik Bronkhorst.

Dropjes.

Ik ben gek op dropjes uit de snoepwinkel in de winkelstraat. Wekelijks haalde ik daar een zak gemengde drop plus een zak anijsmuisjes. Vooral de laatste vind ik heerlijk. Nu kwam ik een paar weken terug bij de kassa aan met mijn zakjes drop en wat daar lag! Een stapeltje luxe chocoladeletters voor maar 1 euro per stuk achtergelaten door Sinterklaas.  Ik kocht er gelijk maar twee, een D van Doortje en de T van Trevan, de beide karakterrollen waarmee wij in privé filmpjes familieleden en vrienden amuseerden tijdens de coronacrisis. We hebben ze met smaak opgegeten.

Mijn echtgenote klaagt altijd dat ik teveel snoep. Dat komt omdat de huisarts mij beschuldigd heeft van diabetes. 7.1 en bij controle 7.3 met de nadrukkelijke opdracht ‘neem dat serieus!’ Zelf zegt ze niet te snoepen, maar als er iets met suiker in huis is, dan zie ik haar regelmatig de kast induiken. Ze komt dan terug met malende kaken. Dus dan weet u ook wel hoe laat het is. Maar nu die dropjes. Zij heeft mij verboden nog langer dropjes te eten of te kopen. Nu zat het trommeltje net vol. We zijn beiden tegen verspilling van voedsel. Dus dat argument bracht ik in.

‘Zet hem dan maar op je werkkamer’, zei ze om zichzelf te beschermen tegen overdadig drop eten. Dat deed ik braaf, zoals ik altijd braaf naar haar luister. Echter mijn dropverslaving werd daardoor alleen maar erger. En mijn echtgenote zag ik steeds vaker mijn werkkamertje binnensluipen. Het trommeltje raakte al snel weer halfleeg. Daarom heb ik Duck tape om het trommeltje gedaan. Een flink stuk waarmee ik het trommetje met haar zwarte aanlokkelijke  inhoud verzegelde. En dat heeft geholpen. We zijn van onze dropverslaving af. Nu de rest nog…

Rik Bronkhorst.

Dreiging in een onberekenbare wereld.

Wat ziet de wereld er anders uit als de zon schijnt in deze stille maanden. Door het grijze weer dreigde de winterdip toe te slaan. Ik heb maar snel mijn blauwe antidiplichtje bij mijn computer geïnstalleerd. En ja, hoor dat helpt. Ondanks het verlies in drie weken tijd van goede vriend Rob en Simon, mijn klaverjasmaatje.

Ja, ja, 2024 is heftig begonnen. Maar kijk ik naar de wereld om mij heen, dan zijn er wel andere zaken die mijn aandacht vragen en mij onrustig maken. Zo schreef NAVO-admiraal Rob Bauer in de krant over de dreiging van onberekenbare Poetin. Hij schrijft dat onze wereld een onberekenbare wereld is geworden. De dreiging is groot. En als tegenwicht gaat de NAVO met ruim 90.000 militairen oefenen in de Baltische Staten, Polen en Duitsland. Dat is olie op het vuur, volgens mij. Ik maak mij daar zorgen om.

Je ziet nu in de Palestijnse gebieden wat vernietigend een oorlog is. Alles kapot en grote groepen vrouwen, kinderen en de rest op de loop. Waarnaartoe? Ze hebben geen idee. Ik hoop dat ons in Nederland dat bespaard blijft. Geboren kort na de tweede wereldoorlog behoor ik tot de eerste generatie in Holland die zonder oorlog en in zekere welvaart is opgegroeid en mocht leven. Laat dat alsjeblieft zo blijven!

Rik Bronkhorst.

Alles komt goed…

Het jaar is pas goed en wel begonnen of het tweede sterfgeval dient zich al weer aan. Goede vriend vol fijne humor, goede raadgevingen en vol solidariteit Rob voelde zich al een tijdje niet lekker, ‘maagzweren’, luidde het onderzoek. Rob kreeg een maagwandbeschermer en dat was dat. Maar op eerste kerstdag voelde hij zich toch echt niet goed. Zijn echtgenote en zijn zoon zagen hem achteruit gaan. Het ging snel. Deze week opgenomen in het ziekenhuis, onderzoeken, en de zware diagnose zeer agressieve vorm van longkanker met uitzaaiingen door het hele lichaam heen. Was in december nog niets te vinden in zijn bloed, nu bleek in slechts enkele weken tijd, dat Rob stervende was aan volksziekte nummer 1. Het is nog maar een kwestie van enkele dagen. We zijn vandaag bij hem geweest. Uitgemergeld lag hij daar, half in coma, luier om, mager tot op het bot. We hebben een tijdje naast hem gezeten. Op momenten van helderheid bleek hij nog steeds die fijne humor te bezitten. ‘Alles komt goed’, zei hij mompelend. En toen mijn vrouw hem hielp om wat beter te gaan liggen, kwam hij half overeind en zei schetsend: ‘ Als ik dood ga, zeg ik dat wel’.

Het kan wel eens een zwaar jaar worden door verlies van veel dierbaren. Zowel van mijn vrouw als van mij zijn diverse tantes al op hoge leeftijd. Ook in de vriendenkring zijn de oude strijders al bijna over de houdbaarheidsdatum heen. Ik moet er niet aan denken dat zij uit mijn leven worden weggerukt. Het kan wel eens zo zijn, dat ik met dat krakkemikkige lijf van mij (waarvan de verpakking nog aardig vief toont) ik ze allemaal overleef. Een doembeeld voor mij, omdat ik dan weer alleen achterblijf. En dat ken ik al genoeg in mijn voorbije leven.

Rik Bronkhorst.