Klapekster.

Foto: Henny De Bruin.

Hier ziet u een klapekster op zijn uitkijkpost, meestal in een heideveld, naar prooi speurend.

Klapeksters eten kleine vogels, kleine zoogdieren, kikkers en hagedissen. De buit wordt vastgeklemd tussen takken, en soms opgeprikt.

Klapeksters broeden zelden in Nederland. Je ziet ze dan ook vaker in de herfst en winter als doortrekkers/wintergasten.

Rik Bronkhorst.

Zeldzame libel aangetroffen.

Foto: Henny de Bruin

Dit is de Bloedrode Heidelibel, een vrij zeldzame libel die voorkomt in de nieuwe natuur van De Schammer op de grens van Amersfoort en Leusden naast de A28.

Tot zijn grote verbazing echter wist Henny de Bruin ook de zeer zeldzame Kempense Heidelibel aldaar te ontdekken.

Foto: Henny de Bruin.

Deze libel komt alleen voor in de Brabantse Kempen en de Weerribben en nu hier. Even leek het erop dat de droogte ze fataal zou zijn geworden, maar nee. Gelukkig blijkt nu toch weer hoe sterk de natuurlijke ontwikkeling is als er maar voldoende diversietijd in de natuur is. En zoals hier in De Schammer (en het naastgelegen Bloeidaal) in nieuw aangelegde habitat gelegenheid wordt geboden om zich te vestigen en te overleven.

Rik Bronkhorst, met dank aan Henny de Bruin.

Kleine St. Jansvlinder.

Foto: Peter van der Wijst.

Mooi toch? Deze Kleine St. Jansvlinder. Wat mij nu opvalt deze zomer, ondanks een bloeiende tuin weinig bijen, en vlinders. Buiten wat hommels en Atalanta’s zie ik maar een enkele andere soort. Is het het mislukte voorjaar, de pesticiden of speelt er nog meer? De mobiele telefonie bijvoorbeeld. Al die straling in de lucht hoeveel onderzoek wordt daar nu naar gedaan om eventuele schadelijke gevolgen te meten? Of is het toch de grote uitstoot door stikstof in de lucht? Ja, en niet alleen de boeren, maar ook het autoverkeer, de luchtvaart, de industrie zijn de grote vervuilers. De scheepvaart laat ik hier nog maar even buiten beschouwing.

In 1972 presenteerden een groep wetenschappers het Rapport van Rome, einde aan de groei. In 1973 hadden we de oliecrisis en bleek hoe kwetsbaar wij waren. Nu in 2022 moet er een oorlog gevoerd worden om ons wakker te schudden dat de benodigde energie ons kwetsbaar maakt en de stikstofcrisis de grenzen aangeeft van wat de natuur aankan aan groei en vervuiling. In 1972/73 wisten we al dat we kwetsbaar waren en er een einde moest komen aan het gebruik van fossiele brandstoffen. Vijftig jaar verder zijn we nu. Oorlog en oproer, waar toen al voor gewaarschuwd werd zijn het gevolg.

Rik Bronkhorst.

Mijn geloofsbrief.


Naar waarheid opgeschreven.
Mijn levenslange zoektocht naar zingeving , God en een gemeenschap
van mensen om bij te horen…
Mijn overleden oma was lid van de Gereformeerde Bond in de
Nederlands Hervormde Kerk. Als kind ben ikzelf gedoopt in de
gemeenschap van de Hervormde Kerk.
Maar mijn vader de dominee de deur uitschopte en alle banden met kerk
en geloof verbrak toen ik twee jaar oud was. Hij het communisme
aanvaardde. De Waarheid op donkere winteravonden heimelijk bij ons
aan de deur gebracht werd, omdat ambtenaren toen geen lid mochten zijn
van de CPN of de daaraan verbonden krant.
Vader echter meer in de kroeg zat dan dat hij aan politiek deed. De
duivel, hel en verdoemenis uitsprak over de kerk, hun dienaren en
gelovigen. En ik dus zéér atheïstisch ben ‘opgevoed.’
Gelukkig wel met mijn christelijke vriendjes naar de zondagschool ging.
Zeker, omdat zij daar naar toe gingen, maar ook omdat de verhalen uit de
Bijbel mij boeiden, ik de gezangen devoot mee zong omdat ik ze prachtig
vond.
Eén staat mij nog immer bij n.l. ‘Er ruist langs de wolken een lieflijke
Naam, die hemel en aarde verbindt te saam.’ Zoiets was het. Juist dat lied
raakte mij als kind enorm.
Er sprak goedheid uit. Zo heel anders dan ik thuis ervoer als het over
geloof en kerk ging.
Waarschijnlijk heb ik hier de fascinatie aan overgehouden voor de altijd
weer verschillende wolkenluchten, zo lang al, zo altijd anders. En ergens
is daar die verbintenis met dat mystieke, dat mysterieuze, dat wonder van
leven, ontstaan en vergaan, herfst, winter en dan weer die verrukkelijke
lente, die eeuwige beweging.
‸ 244 ‸
Ondanks de tegenwind, die heerste in de ouderlijke woning, is daar toen
de kiem gelegd voor mijn sterke geloof van nu.
Hoewel het pad ernaartoe lang is geweest, soms uiterst smal, soms zelfs
onbegaanbaar. Lang voelde ik mij op die reis een eenzame reiziger. Maar
schijnbaar rook het paard meer en meer, steeds sterker de stal. Ik was
onderweg, er was geen omkeren meer aan.
Alleen ik wist dat toen nog niet.
Inmiddels getrouwd, de kinderen klein nog sliepen boven, er was niets
vreemd aan de hand.
Rust en vrede. Ik was inmiddels 28 jaar oud, zeer geïnteresseerd in
allerlei wereldreligies.
En net als in mijn vroege jeugd kwam ik soms alleen met kerstmis in de
kerk. Wel verhaalde ik gedurende die dagen, uit de door een gelovige
oma geschonken kinderbijbel, van het wonder dat over ons gekomen is,
daar ergens ver weg in Bethlehem.
Het was een gewone doordeweekse avond. Ik wilde een programma op tv
gaan bekijken dat ging over, juist u snapt het al, allerlei wereldreligies.
Het programma begon, de sprekers stelden zich voor gezeten aan een
grote ovale tafel.
Verder zijn ze niet gekomen. Afstandsbediening bestond nog niet, je
moest opstaan, naar de tv toelopen en kracht gebruiken om de toetsen in
te drukken.
Halverwege het voorstellen van een ieder, met het benoemen van de
betreffende religie of levensovertuiging, versprong, zonder mijn toedoen,
het beeld op een andere zender. Dat bleek een Duitse zender te zijn, met
een filmprogramma zoals wij dat van Simon van Colm kenden.
Er verscheen een fragment van een film in (zoals ik later pas begreep).
Een rode dubbeldekkerbus gierde door een bocht en direct daarop
verscheen beeldvullend een weerwolf in beeld. Ik schrok me rot. Begreep
niets van wat er gebeurde. Heb later gezocht naar zender en programma
in de radio/tv gids, waar ik dat programma vond. Maar ik heb niet aan de
zendertoetsen gezeten!
‸ 245 ‸
Ik ben opgestaan, geschrokken en ontdaan, en heb de tv uitgezet.
Toen gebeurde dat wat mijn leven kompleet zou veranderen. De kamer
vulde zich met iets wat ik niet kon zien, maar waarvan ik zeker wist dat
het goed was. De kamer vulde zich met een enorme liefde, bijna tastbaar.
En ik ging op mijn knieën, mijn handen gevouwen, mijn gezicht omhoog
gericht, een allesoverheersend gevoel van warme liefde doorstroomde
mij.
Er verscheen een enorme glimlach op mijn gezicht, diepe ontroering
maakte zich van mij meester en de tranen stroomden in dikke druppels
van mijn kin.
Ik wist, hoe dat weet ik niet, maar ik wist dat Jezus Christus mij
aanraakte. Dat Hij daar op dat moment in mijn leven was. En dat het
goed was. Gezien heb ik Hem niet, maar ik weet ook nu nog dat Hij mij
toen aanraakte, diep in mijn gemoed.
Denk nu niet, dat mijn zoektocht ten einde was. Oh nee, vrijblijvendheid
was over. Ik zou, dwars mens als ik van huis uit was, nog momenten van
grote ontreddering kennen.
Juist omdat Hij mij bewust had proberen te maken van Zijn aanwezigheid
in mijn leven. En ik faalde, keer op keer faalde ik. Je hebt maar niet zo de
negatieve genen, opvoeding, en voorbeelden, die met de impactvolle
paplepel waren ingegoten in je eigen gedrag ter zijde geschoven. Om
ruimte te laten zijn voor dat wat Jezus van je verlangt. Ik was me wel
bewust van dat bijzondere moment, ik was me ook bewust dat dat een
duidelijke richtingaanwijzer was geweest op het pad van mijn zoektocht.
Maar de dagelijkse beslommeringen van een jong gezin met drie
opgroeiende kinderen, die andere zoektocht die de maatschappij van je
verlangt, dat nam mij volledig in beslag.
Toch was Jezus daar, of liever God gaf richting, soms zelfs letterlijk, aan
de weg die ik (wij als gezin) moesten gaan, maar Jezus was er om ons te
beschermen op die weg. En geloof me, het is een verre van gemakkelijke
‸ 246 ‸
weg geweest. Zonder de aanwezigheid van Jezus had ik dit nu niet
kunnen schrijven. Dan was ik fysiek of geestelijk ten onder gegaan.
Als gelovig mens, die in nauw contact staat met Jezus van Nazareth, leidt
je geen vrijblijvend leven. Er wordt voor je gezorgd en dat gaat ver, juist
dan krijg je de slechtheid van mensen op je pad, die je steeds weer op je
grondvesten doet schudden.
God verlangt van je dat je opkomt voor recht en rechtvaardigheid. Er zijn
op dat pad, dat eenmaal door jou ingeslagen pad, dat door Hem voor jou
werd vastgelegd, situaties dat je de andere kant opkijkt, dat je niet handelt
op de manier zoals Hij dat van je wil. Gewoon omdat je een te klein mens
bent, te bang. Soms ook omdat je niet kunt geloven wat je nu weer
meemaakt. De slechtheid van mensen in allerlei situaties is soms niet te
bevatten. Ook omdat jijzelf niet beneveld bent door hebzucht, afgunst,
bezitsdrang, kwaadsprekerij, en nog meer ziekelijke passies, die mensen
soms tot kwaadwilligen maken.
Maar voordat ikzelf begreep hoe de vork in de steel zat , dat, weliswaar,
ik met de hulp van Jezus Christus dit moeizame pad móést bewandelen,
ja dat duurt bijna een mensenleven.
Nu is er al vele jaren een gevoel van dankbaarheid. Dat ik samen met
Jezus, aan Zijn hand, want zo voel ik dat, door het leven mag gaan. Zijn
bescherming, zijn zorg, liefde, kennis, wijsheid, ja zelfs het mysterie van
God, de Levensadem, mag ervaren.
Maar gezien, in levende lijve, heb ik Hem niet. Wel verschijnt Hij voor
mijn geestesoog als ik Hem daarom vraag, om mij te zegenen. Soms ook
niet, dan word ik wat ongerust, maar dan zal Hij wel druk zijn, denk ik
dan.
Geloven en nabijheid kun je alleen ten volle ervaren als je het geloof hebt
van een kind, oprecht, recht vanuit je hart, zonder mooie zinnen of
blablataal.
Maar zelfs voor mij met al die ervaringen, tekens van Zijn nabijheid ( en
er waren er nog veel meer om op te noemen), blijf ik een klein mens. Die
‸ 247 ‸
het vaak niet lukt om mij volledig over te geven aan Hem. In een rotsvast
vertrouwen op de goede afloop. Dat maakt mij verdrietig soms, omdat ik
weet dat Hij mij niet zal laten vallen. Maar toch…

Fragment uit het boek: Tussen geloven en zeker weten. De terugkeer op het smalle pad.

En nog was het niet klaar. Tijdens een bezoek aan het Joods Historisch Museum te Amsterdam gebeurde het volgende:

In de daar aanwezige oude sjoel heb je op het tabernakel onder de gebogen tekst een horizontale tekst in het Hebreeuws. Juist door die tekst raakte ik hevig geëmotioneerd. ‘Wat is er met je?’ vroeg mijn toenmalige vriendin geschrokken. ‘ Het is die tekst daar die mij raakt,’ antwoordde ik. ‘ We gaan vragen wat daar staat,’ zei ze. En de vertaling van die tekst luidt: ‘ Weet voor wie je staat.’ Voor mij een tweede duidelijke vingerwijzing van God in een voor mij moeilijke periode in mijn leven.

Rik Bronkhorst.

Grauwe Kiekendief.

Foto: Rob Dekker.
Deze man grauwe kiekendief met de naam Abe is vandaag voor het eerst dit jaar teruggezien in de Flevopolder.
Aangezien we zijn ring op afstand kunnen uitlezen weten we dat hij op juni de respectabele leeftijd van 14 jaar bereikt.
Op 20 juni 2007 kroop hij op een perceel vlakbij Almere uit het ei.
Statisch gezien is de kans bij deze soort dat je die leeftijd haalt minder dan 2 procent.
De kans dat je hier als man in Nederland de honderd jaar haalt ligt rond de 3 procent.
Best bijzonder dus. Zeker als je nagaat dat hij ieder jaar op en neer vliegt vanuit Afrika (onder de Sahel) naar Nederland met alle gevaren van dien.

Zacht klinkt een ruisen.

Zacht klinkt een ruisen

Een stil fluisteren

Alsof de sterren in de nacht

Mysterieus langs onzichtbare

Draden spreken.

Ik loop door de stad

Het is nacht, oneindige nacht

Vragend om de morgen.

Ergens vanachter een gesloten venster

Klinkt verstilde pianomuziek in flarden.

Om de hoek van het verlaten café

Huilt een kind drie hoog.

En ergens roept een man om stilte.

Ik loop verder wat dieper in de kraag

Van mijn jas.

Een vraag welt op:

“Hoe gaat het met je God?”

“Voel jij je alleen?”

“Zo midden in de stilte van de nacht”.

Een stille ademtocht bijna zucht daar in

Die verlaten straat van de mensenstad.

Ik glimlach

Want ik ben niet alleen.

Rik Bronkhorst.

Uit ‘Tussen geloven en zeker weten’ pagina 198.